Branden, blusmethoden en gerichte trainingen

saphire-orb banner-stripes
saphire-orb

De ene brand is de andere niet. Afhankelijk van welk materiaal er in brand staat zijn er verschillende blusmethoden nodig. Het gaat niet alleen om het kiezen van de juiste blusmiddelen maar ook het benaderen van het vuur met de bijbehorende procedure. Een verkeerde inzet kan een brand laten escaleren en het kiezen van de juiste methode kan het verschil maken tussen leven en dood. Met verschillende oefenobjecten kan je leren de verschillende branden te herkennen en vervolgens trainen hoe te handelen. De vier belangrijkste soorten branden staan hieronder in een overzicht met de specifieke eigenschappen en de daarbij behorende blusmethode.

Brandklasse A vaste stoffen brand

Een vaste stoffenbrand is de meest voorkomende brand en het zijn veel verschillende vaste stoffen die kunnen branden. Vuur het simuleren van deze brand wordt over het algemeen hout gebruikt. Een hout vuurhaard geeft veel rook en geur en daarnaast kan het zorgen voor hoogoplopende temperaturen. Ook is de brandtijd van hout in tegenstelling tot gas lang. Blussen van vaste stoffen kan met water, schuim en poeder. Het meest wordt er gekozen voor het gebruik van water.

Oefenobjecten met vaste stoffen zijn op te delen in twee hoofdgroepen, elementaire- en scenario oefenobjecten. In de elementaire oefenobjecten wordt doormiddel van hout branden het brandverloop gedemonstreerd. Voor de scenario objecten kan er gekozen worden tussen hout en gasgestookte vuurhaarden. Bij het blussen met water is het lastig om snel houtvuren te her-ontsteken, wat bij gasvuurhaarden veel eenvoudiger is. De gasgestookte objecten hebben een realistisch beeld en zijn makkelijk te bedienen. Denk hierbij aan een keuken, bed, wasmachine of bank.

Brandklasse B vloeibare stoffen brand

Vloeistoffen branden door een ontsteking van de vrijgekomen damp. De verschillende soorten brandbare vloeistoffen hebben allemaal een verschillend vlampunt. Vloeistoffen geven vaak veel vlammen met veel bijkomende rookontwikkeling. Voor het blussen van vloeistoffen kan gebruik gemaakt worden van Schuim, Poeder en een Co2 blusser.

Je kan oefenobjecten uitrusten met echte vloeistofbranden of je kiest voor de simulatie van de branden doormiddel van gas-damp. Zoals hierboven omschreven kan er bij vloeistofbranden veel rookontwikkeling zijn. Een voorbeeld van een vloeistofbrand training is een opslagtank op een industrieel terrein waarbij de brandbare inhoud in vlammen staat en bestreden moeten worden. Of een brandstoflekkage uit een vliegtuig die vlam heeft gevat. Dit zijn voorbeelden van realistische scenario trainingen, die een andere aanpak vragen dan het blussen van een vaste stoffen brand.

Brandklasse C gasfase branden

Een gasbrand geeft vaak een ‘spuitend’ vuur door de druk waarmee het gas getransporteerd of opgeslagen wordt. Daarnaast vindt er weinig zichtbare rookontwikkeling plaats. Vaak is het dichtdraaien van de gaskraan de beste blusmethode. Daarnaast kan er gebruik gemaakt worden van een poederblusser.

Een hogedruk gas-brand wordt vaak gesimuleerd door een Jet-fire. Dit is een spuitende straal vuur, die ontstaat door de druk van het ontsnappende gas. De meeste van deze branden hebben een industrieel karakter. Dit kan bijvoorbeeld gesimuleerd worden in het scenario van een breuk in een gasleiding of met verschillende gasstraten met eventuele flenslekkages en branden.

Overige branden zoals LNG

Er zijn branden te bedenken die afwijken van de ‘standaard’ zoals accu-, waterstof- en LNG-branden. Ook hiervoor kunnen opstellingen bedacht worden om het trainen hiervan mogelijk te maken. Bij LNG liggen de onderste en bovenste explosiegrens dicht bij elkaar. Daardoor ontbrandt de wolk relatief niet snel. Bij een LNG-brand is het belangrijkste dat de omgeving wordt veiliggesteld en escalatie wordt voorkomen. Het beste blusmiddel dat geschikt is voor een LNG-brand is droog poeder, al is de kans groot dat het LNG al verdampt is.

Een LNG-brand wordt gesimuleerd door een put met 2.500liter te vullen met het vloeibare gas. Het vloeibare gas heeft een temperatuur van -163 graden Celsius en gaat daarom direct uitdampen. Het uitdampen wordt versterk wanneer er met water op gespoten wordt. Voor de training wordt in een wolk vloeibaar aardgas met een fakkel gezocht naar het punt waar het ontbrandt. Als LNG eenmaal brandt, dan ‘wandelt’ de vlam langzaam richting de bron en als het vuur daar eenmaal arriveert, brandt het bij 1600 graden Celsius.

De verschillende soorten branden zijn dus op allerlei manieren te simuleren met onze bestaande concepten. Uiteraard kan er altijd gekeken worden naar het ontwikkelen van nieuwe trainingen aan de hand van de laatste ontwikkelingen. Denk hierbij aan de opkomst van het LNG met de daarbij behorende trainingsput.


Heeft u een project in gedachten welke niet direct terugkomt in de bovenstaande voorbeelden, neem dan gerust contact met ons op. Wij kijken uit naar een nieuwe creatieve uitdaging!